Aanvullende veiligheidsinformatie
Een alarmnummer kiezen
-
Zorg ervoor dat de telefoon is ingeschakeld.
-
Controleer of de signaalontvangst voldoende is.
Mogelijk moet u ook de volgende stappen uitvoeren:
-
Plaats een SIM-kaart in het apparaat als dat door uw apparaat wordt ondersteund.
-
Schakel de oproepbeperkingen in uw telefoon, zoals het blokkeren van oproepen, vaste nummers of beperkte groep gebruikers uit.
-
Zorg ervoor dat vliegtuigstand niet is ingeschakeld.
-
Als het scherm en de toetsen van de telefoon zijn vergrendeld, ontgrendelt u deze.
-
-
Druk op
. -
Selecteer
. -
Selecteer
. -
Voer het officiële alarmnummer in voor het gebied waar u zich bevindt. Alarmnummers verschillen per locatie.
-
Selecteer bellen .
-
Geef de benodigde informatie zo nauwkeurig mogelijk op. Beëindig de oproep pas als u hiervoor toestemming hebt gekregen.
Wanneer u uw telefoon de eerste keer inschakelt, wordt u gevraagd uw Microsoft-account te maken en uw telefoon in te stellen. Als u tijdens het instellen van de account en de telefoon een noodoproep wilt plaatsen, tik u op noodoproep .
Belangrijk:Als uw telefoon internetoproepen ondersteunt, moet u zowel mobiele als internetoproepen activeren. De telefoon kan noodoproepen zowel via het mobiele netwerk als via uw serviceprovider voor internetoproepen proberen te kiezen. Verbindingen kunnen niet onder alle omstandigheden worden gegarandeerd. Vertrouw nooit alleen op een draadloze telefoon voor het tot stand brengen van essentiële communicatie, bijvoorbeeld bij medische noodgevallen.
Kleine kinderen
Het apparaat en toebehoren zijn geen speelgoed. Ze kunnen kleine onderdelen bevatten. Houd deze buiten het bereik van kleine kinderen.
Medische apparatuur
Het gebruik van radiozendapparatuur, dus ook van draadloze telefoons, kan het functioneren van onvoldoende beschermde medische apparatuur nadelig beïnvloeden. Raadpleeg een arts of de fabrikant van het medische apparaat om vast te stellen of het apparaat voldoende is beschermd tegen externe radiofrequentie-energie.
Geïmplanteerde medische apparaten
Om mogelijke storing van geïmplanteerde medische apparatuur zoals een pacemaker of een geïmplanteerde defibrillator te voorkomen, raden fabrikanten van medische apparatuur aan om draadloze apparaten altijd op minimaal 15,3 centimeter afstand te houden. Personen met dergelijke apparaten moeten met het volgende rekening houden:
-
Houd het draadloze apparaat altijd op meer dan 15,3 centimeter afstand van het medische apparaat.
-
Draag het draadloze apparaat niet in een borstzak.
-
Houd het draadloze apparaat tegen het oor aan de andere kant van het lichaam dan de kant waar het medische apparaat zit.
-
Schakel het draadloze apparaat uit als er enige reden is om te vermoeden dat er een storing plaatsvindt.
-
Volg de instructies van de fabrikant van het geïmplanteerde medische apparaat.
Als u vragen hebt over het gebruik van het draadloze apparaat wanneer u een geïmplanteerd medisch apparaat hebt, neemt u contact op met uw zorginstelling.
Gehoor
Sommige draadloze apparaten kunnen storingen in sommige gehoorapparaten veroorzaken.
Nikkel
Het apparaat beschermen tegen schadelijke inhoud
Uw apparaat kan worden blootgesteld aan virussen en andere schadelijke inhoud. Neem de volgende voorzorgsmaatregelen:
-
Wees voorzichtig met het openen van berichten. Berichten kunnen schadelijke software bevatten of anderszins schadelijk zijn voor het apparaat of de computer.
-
Wees voorzichtig bij het aanvaarden van verbindingsverzoeken, browsen op internet of downloaden van content. Sta geen verbindingen toe met Bluetooth-apparaten van bronnen die u niet vertrouwt.
-
Installeer en gebruik alleen diensten en software van bronnen die u vertrouwt en die adequate beveiliging en bescherming bieden.
-
Installeer antivirus- en andere beveiligingssoftware op het apparaat en eventuele aangesloten computers. Gebruik slechts één antivirustoepassing tegelijk. Het gebruik van meer dan één antivirustoepassing kan een negatieve invloed hebben op de prestaties en werking van het apparaat en/of de computer.
-
Als u vooraf geïnstalleerde bladwijzers en koppelingen naar websites van derden opent, moet u voorzorgsmaatregelen treffen. Nokia onderschrijft deze sites niet en aanvaardt er geen verantwoordelijkheid voor.
Gebruiksomgeving
Dit apparaat voldoet aan de richtlijnen voor blootstelling aan radiofrequentie in de normale positie aan het oor of wanneer het apparaat minstens 1,5 centimeter (5/8 inch) van het lichaam wordt gehouden. Een draagtas, riemclip of houder voor het dragen van het apparaat op het lichaam mag geen metaal bevatten en moet het apparaat op de eerder genoemde afstand van het lichaam houden.
Voor het verzenden van gegevensbestanden of berichten is een goede verbinding met het netwerk vereist. De verzending van gegevensbestanden of berichten kan vertraging oplopen zolang een dergelijke verbinding niet beschikbaar is. Houd u aan de instructies voor de afstand tot het lichaam totdat de verzending voltooid is.
Bepaalde delen van het apparaat zijn magnetisch. Metalen voorwerpen kunnen worden aangetrokken door het apparaat. Houd creditcards en andere magnetische opslagmedia uit de buurt van het apparaat, omdat de gegevens die op deze media zijn opgeslagen, kunnen worden gewist.
Voertuigen
Radiosignalen kunnen elektronische systemen in gemotoriseerde voertuigen die verkeerd geïnstalleerd of onvoldoende afgeschermd zijn, zoals elektronische systemen voor brandstofinjectie, antiblokkeerremmen en systemen voor elektronische snelheidsregeling of airbags negatief beïnvloeden. Raadpleeg voor meer informatie de fabrikant van uw voertuig of van de hierin geïnstalleerde apparatuur.
Het apparaat mag alleen door bevoegd personeel in een auto worden gemonteerd. Ondeskundige installatie of reparatie kan risico's opleveren en de garantie ongeldig maken. Controleer regelmatig of de draadloze apparatuur in de auto nog steeds goed bevestigd is en naar behoren functioneert. Vervoer of bewaar geen brandbare vloeistoffen, gassen of explosieve materialen in dezelfde ruimte als het apparaat of de bijbehorende onderdelen of toebehoren. Vergeet niet dat in een noodsituatie de airbag in een auto met zeer veel kracht wordt opgeblazen. Plaats uw apparaat of toebehoren daarom nooit in de ruimte vóór de airbag.
Explosiegevaarlijke omgevingen
Schakel het apparaat uit in een omgeving met een mogelijk explosieve atmosfeer, bijvoorbeeld waar brandstoffen worden getankt, zoals op benzinestations. Vonken kunnen in een dergelijke omgeving een explosie of brand veroorzaken die kan resulteren in letsel of de dood. Houd u aan de beperkingen bij benzinestations, waar brandstof wordt opgeslagen en gedistribueerd, bij chemische bedrijven of waar explosiewerkzaamheden worden uitgevoerd. Gebieden met een mogelijk explosieve atmosfeer worden meestal, maar niet altijd, als zodanig aangeduid. Hiertoe behoren ook omgevingen waar u wordt aangeraden uw automotor uit te zetten, het benedendeks-gedeelte op boten, plaatsen voor overdracht en opslag van chemische stoffen en omgevingen waar de lucht chemische stoffen of deeltjes bevat zoals metaalkorreltjes, -stof of -poeders. Informeer bij de fabrikanten van voertuigen die op vloeibare gassen rijden (zoals propaan of butaan) om te bepalen of dit apparaat in de omgeving daarvan veilig kan worden gebruikt.
Informatie over certificatie (SAR)
Dit mobiele apparaat voldoet aan richtlijnen voor blootstelling aan radiogolven.
Dit mobiele apparaat is een radiozender en -ontvanger. Het is zo ontworpen dat de grenzen voor blootstelling aan radiogolven die worden aanbevolen door internationale richtlijnen, niet worden overschreden. Deze richtlijnen zijn ontwikkeld door de onafhankelijke wetenschappelijke organisatie ICNIRP en bevatten veiligheidsmarges om de veiligheid van alle personen te waarborgen, ongeacht hun leeftijd en gezondheidstoestand.
De blootstellingsrichtlijnen voor mobiele apparatuur worden uitgedrukt in de maateenheid SAR (Specific Absorption Rate). De SAR-limiet in de richtlijnen van het ICNIRP is 2,0 W/kg (watt/kilogram) gemiddeld over tien gram lichaamsweefsel. Bij tests voor SAR worden de standaardposities gebruikt, waarbij het apparaat in alle gemeten frequentiebanden het hoogst toegestane energieniveau gebruikt. Het werkelijke SAR-niveau van een werkend apparaat kan onder de maximumwaarde liggen, omdat het apparaat zo is ontworpen dat niet meer energie wordt gebruikt dan nodig is om verbinding te maken met het netwerk. De hoeveelheid benodigde energie kan wijzigen afhankelijk van een aantal factoren, zoals de afstand tot een zendmast waarop u zich bevindt.
De hoogste SAR-waarde onder de ICNIRP-richtlijnen voor gebruik van het apparaat bij het oor is 1,33 W/kg .
Het gebruik van toebehoren met het apparaat kan resulteren in andere SAR-waarden. SAR-waarden kunnen variëren, afhankelijk van nationale rapportage-eisen, testeisen en de netwerkband. Meer informatie over SAR kunt u vinden onder 'product information' op www.nokia.com .